Terug naar overzicht

Medische Encyclopedie

Medische encyclopedie > Klachten zoeken > Klachten overzicht > Misselijkheid en braken

Inhoud

Misselijkheid en braken

Wat is misselijkheid en braken?

Als u moet overgeven (kotsen of braken) komt alles wat in uw maag zit, ineens met golven weer uit uw mond naar buiten. Voordat u overgeeft, voelt u zich meestal misselijk.

Alles wat u eet en drinkt, wordt door de spieren van de slokdarm en de maag naar de darmen gebracht. Als u moet overgeven, werken deze spieren ineens in tegengestelde richting.

Overgeven kan verschillende oorzaken hebben:

  • Buikgriep
  • Hormoonveranderingen vroeg in de zwangerschap
  • Veel stress
  • Een zonnesteek
  • Migraine
  • Hersenschudding
  • Evenwichtsstoornissen (zoals bij reisziekte)

    Kan ik er zelf iets tegen doen?

    • Als u maar één of twee keer heeft overgegeven, kunt u rustig even afwachten. Laat de maag eerst tot rust komen voordat u weer gaat drinken of eten.
    • Als u meerdere malen moet overgeven, kunt u veel vocht verliezen. Neem dan iedere 5 of 10 minuten een slokje water of een lepeltje slappe thee. Daarmee voorkomt u uitdroging. Zodra het wat beter gaat, kunt u geleidelijk aan wat grotere hoeveelheden tegelijk gaan drinken; u hoeft dan ook niet meer elke 5 of 10 minuten te drinken.
    • Als u geen zin heeft in eten is dat niet erg. U hoeft pas weer te gaan eten als u trek krijgt. Eet dan gewoon waar u zin in heeft, het maakt niet uit wat.
    • Bij vaak overgeven en diarree verliest u niet alleen vocht maar ook zouten. U kunt een speciaal drankje maken om dit verlies aan te vullen en uitdroging tegen te gaan. Dit drankje maakt u met ORS-poeder dat bij de apotheek of drogist te koop is. Neem hiervan elke 5 tot 10 minuten een slokje zolang u blijft overgeven.
    • Soms vinden kinderen het eng als ze moeten overgeven. Blijf dan in de buurt en probeer het kind gerust te stellen.

    Wat kan de apotheker voor mij doen?

    Uw apotheker zorgt ervoor dat u uw medicijnen goed en veilig kunt gebruiken. Het maakt niet uit of u een medicijn korte tijd of langdurig nodig heeft.

    • Receptcontrole

    De apotheker controleert elk recept. Bijvoorbeeld: is het juiste medicijn voorgeschreven en meegegeven, is de dosering goed, kan het medicijn samen met andere medicijnen die u gebruikt. Als het nodig is, overlegt uw apotheker met uw huisarts of specialist.

    • Overzicht van uw medicijnen

    Uw apotheker houdt bij welke medicijnen u gebruikt. U kunt in de apotheek altijd om een overzicht van uw medicijnen vragen. Dit kunt u bijvoorbeeld meenemen als u uw specialist bezoekt, in het ziekenhuis wordt opgenomen of naar het buitenland gaat.

    • Delen van informatie over uw medicijnen met andere zorgverleners

    Uw apotheker, huisarts en het ziekenhuis kunnen informatie over uw medicijnen met elkaar delen als dat nodig is voor uw behandeling. Dit mag alleen als U daar toestemming voor geeft.

    • Begeleiding bij nieuwe geneesmiddelen

    Krijgt u een medicijn dat u in de afgelopen 12 maanden niet hebt gebruikt? Dan krijgt u extra uitleg over deze medicijnen.

    • Ondersteuning als u uw medicijnen weleens vergeet in te nemen

    De apotheker heeft daar hulpmiddelen voor. Als uw zorgverzekeraar toestemming geeft, kan uw apotheker uw medicijnen per dag en per tijdstip van inname in aparte zakjes voor u laten verpakken.

    • Persoonlijk gesprek over uw medicijnen

    Heeft u vragen over uw medicijnen, of problemen met het gebruik? Bijvoorbeeld moeite met slikken van medicijnen, openmaken van de verpakking, of last van een vervelende bijwerking? Vraag uw apotheker om een persoonlijk gesprek. Hij kijkt dan samen met u welke mogelijkheden er zijn om uw probleem te verhelpen.

    • Medicatiebeoordeling

    Uw apotheker en huisarts kunnen u uitnodigen voor een gesprek over uw medicijnen. Dit is mogelijk bij patiënten ouder dan 65 jaar die langdurig meer dan 5 medicijnen gebruiken. Samen met u bespreken ze of er verbetering mogelijk is. Als u bijvoorbeeld last hebt van bijwerkingen van een medicijn kan het soms vervangen worden door een ander medicijn.

    • Zelfzorg

    Bij de apotheek kunt u terecht voor advies over medicijnen die u zonder recept (= zelfzorgmedicijnen) kunt kopen, voor verbandmiddelen en cosmetica. De apotheek kan zelfzorgmedicijnen voor u opnemen in uw medicatiedossier. Dan kan de apotheker controleren of u ze veilig samen met uw receptmedicijnen kunt gebruiken.

    • Bezorgservice

    Bent u moeilijk ter been? Informeer bij uw apotheek of zij uw medicijnen bij u thuis kunnen bezorgen.

    In welke gevallen kan ik beter naar de huisarts gaan?

    Neem bij overgeven direct contact op met uw huisarts:

    • als u hevige buikpijn heeft;
    • als u suf of verward bent of bijna flauw valt;
    • als u een dag niet meer heeft geplast;
    • als er bloed bij het braaksel zit;
    • als u overgeeft nadat u bent gevallen.

    Bij een kind jonger dan twee jaar dat overgeeft, moet u direct contact opnemen met de huisarts:

    • als het erge buikpijn heeft;
    • als het suf is of niet reageert zoals u gewend bent;
    • als er bloed bij het braaksel zit;
    • als het overgeven is begonnen nadat het is gevallen;
    • als het niet wil drinken;
    • als het een halve dag niet heeft geplast;
    • als het ook diarree en koorts heeft.

    Is het overgeven na een dag nog niet minder? Lukt het niet om drinken binnen te houden? Overleg dan met uw huisarts (zowel over een kind als over u of een andere volwassene).

    Wees extra alert als u diabetes, hartfalen of nierproblemen heeft. Neem in die gevallen dezelfde dag nog contact op met uw huisarts. Overleg ook met uw huisarts bij andere verschijnselen waarover u zich zorgen maakt.

    Welke medicijnen worden gebruikt bij

    Domperidon en metoclopramide
    Domperidon en metoclopramide openen de doorgang van de maag naar de darmen en stimuleren de bewegingen van de maag en darmen. Hierdoor raakt de maag eerder leeg en komt het voedsel sneller in de darmen terecht. Als de maag leeg is, nemen misselijkheid en braakneigingen af.

    Antihistaminica
    Antihistaminica zijn medicijnen tegen allergie. Daarnaast blokkeren antihistaminica de prikkeling van het braakcentrum. Hierdoor nemen misselijkheid en braakneigingen af. Voorbeelden zijn cyclizine en meclozine.

    Pyridoxine (vitamine B6)
    Pyridoxine is vitamine B6. Pyridoxine wordt soms samen met meclozine voorgeschreven om ernstige misselijkheid bij zwangere vrouwen te verminderen. Er is geen bewijs dat pyridoxine zorgt voor het verminderen van de misselijkheid bij zwangere vrouwen. Het heeft daarom de voorkeur om meclozine te gebruiken zonder toevoeging van pyridoxine.

    Doxylamine met pyridoxine
    Artsen schrijven doxylamine met pyridoxine voor bij ernstige misselijkheid en braken tijdens de zwangerschap. Doxylamine stopt de prikkeling van het braakcentrum. Hierdoor worden misselijkheid en het gevoel om te moeten overgeven minder. Hoe de combinatie doxylamine met pyridoxine precies werkt bij misselijkheid en overgeven tijdens de zwangerschap is nog niet bekend.

    ORS (orale rehydratievloeistof)
    ORS is een oplossing van zouten en (druive)suiker of zetmeel in water. Het wordt gebruikt als u meerdere keren moet braken en hierdoor veel vocht kwijtraakt. ORS vult de verloren suikers, zouten en vocht in het lichaam weer aan. De suikers en zouten zorgen ervoor dat het vocht beter wordt opgenomen in het lichaam.

    Klassieke antipsychotica
    Klassieke antipsychotica, worden onder andere toegepast bij psychoses, schizofrenie, onrust en depressie. Ze verminderen in de hersenen onder andere het effect van de natuurlijk voorkomende stof dopamine. Ook blokkeren ze in de hersenen de prikkeling van het braakcentrum. Hierdoor nemen misselijkheid en braakneigingen af. Ze worden alleen gebruikt bij ernstige misselijkheid als andere middelen niet voldoende helpen. Voorbeelden zijn droperidol, haloperidol en perfenazine.

    Serotonine-antagonisten
    Artsen schrijven serotonine-antagonisten voor bij erge misselijkheid en braken door chemotherapie, bestraling of na operaties. Serotonine-antagonisten kunnen ook vóór de behandeling worden gebruikt om misselijkheid te voorkomen. Ze blokkeren de prikkeling van het braakcentrum in de hersenen. Ook voorkomen ze de invloed van de prikkelende stoffen op de zenuwen rond de darm. Hierdoor verminderen misselijkheid en braakneiging. Voorbeelden zijn granisetron, ondansetron, palonosetron en tropisetron.

    Neurokinine-antagonisten
    Artsen schrijven neurokinine-antagonisten voor bij ernstige misselijkheid en braken door chemotherapie of na operaties. Ze houden de prikkels tegen die naar het braakcentrum gaan. Hierdoor worden misselijkheid en braakneiging minder. Ook zorgen ze ervoor dat andere sterk werkende medicijnen tegen de misselijkheid nog sterker werken, zoals ondansetron, granisetron en dexamethason. Voorbeelden van neurokinine-antagonisten zijn aprepitant en netupitant.

    Netupitant wordt altijd in combinatie gebruikt met palonosetron en dexamethason.

    Lorazepam
    Artsen schrijven lorazepam voor bij ernstige misselijkheid en braken door de gedachte aan chemotherapie. U bent dan misselijk voorafgaand aan een chemokuur. Dit is een reactie op herinneringen aan eerdere chemokuren. Lorazepam kan de misselijkheid en braakneiging verminderen.

    Octreotide
    Bij ernstig zieke mensen kan misselijkheid en braken voorkomen. Octreotide voorkomt de invloed van de prikkelende stoffen op de zenuwen rond de darm. Ook worden de bewegingen en de doorbloeding van de maag en darmen geremd. Er is dan minder vocht in de maag en darmen aanwezig. Hierdoor nemen misselijkheid en braakneiging af.

    Cannabis en dronabinol
    Bij de behandeling van kanker, hiv en aids en hepatitis C kan ernstige misselijkheid en braken ontstaan. Als de reguliere behandelingsmethoden niet voldoende helpen, kan de arts cannabis of dronabinol voorschrijven. Het is niet precies bekend hoe ze werken bij misselijkheid. Wel is bekend dat ze invloed hebben op het braakcentrum in de hersenen.